SAG

Blog: Prikkels

Prikkels

De hele dag door krijgen we prikkels binnen via onze zintuigen, zoals zien, horen, ruiken, proeven en voelen. Neurotypische mensen filteren de dingen op mate van belangrijkheid. Dat gaat volledig automatisch. Zij zien bijvoorbeeld in een boodschappenwinkel: de 5 producten waar ze naar op zoek zijn. Bij mensen met autisme wordt dat niet zo goed gefilterd. Hoofd – en bijzaken zijn gelijk. Er komen niet 5, maar alle 500 dingen tegelijkertijd binnen, wat verwerkt moet worden. Mensen met autisme kunnen teveel informatie binnenkrijgen (overprikkeling) of te weinig (onderprikkeling). In dit blog schrijf ik over mijn ervaringen met onder- en overprikkeling, het herkennen van signalen en het werken met een stoplicht.

Onderprikkeling

In het dagelijks leven voel ik niet goed aan of iets warm of zelfs kokend heet is. Ik kan mij bijvoorbeeld branden aan een hete oven, maar de reactie komt veel later als er pijnlijke blaren opkomen. Dit kan gevaarlijk zijn. Ook is het voor mijn omgeving prettiger als ik op tijd eet. Ik verander in een “leeuw”, als ik eigenlijk iets moet eten. Het hongergevoel komt bij mij niet goed door.

Overprikkeling

Als meer informatie binnenkrijg, dan wat mijn hoofd op dat moment kan verwerken ontstaat er bij mij overprikkeling. Dan zeg ik tegen mijn omgeving dat ik een ‘vol hoofd’ heb. Hoe voller mijn hoofd, hoe moeilijker ik kan functioneren. Een simpel antwoord geven op een vraag duurt langer of de vraag zelf komt niet meer goed binnen. Op het moment van overprikkeling ben je machteloos en ontzettend kwetsbaar. Het helpt mij dan om uit de omgeving te gaan en mij verder met rust te laten. Muziek luisteren, wandelen kan op zo’n moment ook helpend zijn.

Voorbeeld van zintuigelijke overprikkeling

Boodschappen doen is voor mij een enorme uitdaging. De hoeveelheid prikkels zijn dan zoveel dat ik compleet overprikkeld kan raken.

Het is maandagochtend, ik ga naar de winkel om boodschappen te doen. De felle lampen, het geluid van het winkelkarretje en de muziek in de winkel, de hoeveelheid mensen en spullen, alles komt ongefilterd binnen. Dankzij mijn boodschappenlijstje baan ik mij een weg door de winkel. Ik kom bij de broodafdeling. Balen, mijn favoriete brood is niet voorradig, daarvan kan ik behoorlijk in de stress raken. Op zo’n moment probeer ik nog alternatieven te bedenken. Helaas word ik alweer afgeleid door iemand die mij per ongeluk aanstoot. Bij het schap van de melk waar ik voor sta wil iemand anders er dringend bij. Ik raak dusdanig overprikkeld dat ik de snelste weg naar de kassa pak, ook al heb ik nog niet alles wat ik op mijn boodschappenlijstje heb staan. Ik ga in de rij van de kassa staan en leg mijn boodschappen op de band.  Bleep, bleep, bleep, …Heb je nog lege flessen ingeleverd? ….eeh nee. Eenmaal thuis is mijn hoofd vol en is het tijd om rust te pakken.

Een tip om de prikkels tijdens het boodschappen doen wat te dempen zijn oordoppen. Tegenwoordig doe ik ook regelmatig online boodschappen, maar toch heb je soms wat uit een winkel nodig.

Emotionele overprikkeling

Bij emotionele overprikkeling heb ik moeite om mijn emoties goed te reguleren. Als ik op zo’n moment een opmerking krijg over bijvoorbeeld mijn functioneren, dan kan ik geïrriteerd raken of zelfs in huilen uitbarsten. In dat geval betekent het niet dat ik verdrietig ben, maar dat ik overvraagd ben of meer tijd nodig heb om alles te verwerken.

Cognitieve overprikkeling

Hierbij is alles wat met denken en leren te maken heeft overprikkeld. Ik heb dat vooral bij veranderingen. Mijn hersenen kunnen extreem gevoelig reageren als de planning anders loopt of dat er onverwachtse dingen gebeuren. Het helpt als je mij tijdig inlicht en meeneemt in wat mij staat te wachten. Geef mij gewoon de tijd om te wennen en te schakelen naar de nieuwe situatie.

Mijn brein heeft behoefte aan duidelijkheid en voorspelbaarheid. Ook onvoorspelbare prikkels kunnen stress veroorzaken, zoals een onverwachtse harde knal van buiten.

Signalen herkennen

Na mijn diagnose heb ik mezelf veel beter leren kennen, zodat ik weet wat de signalen van overprikkeling bij mij zijn. Signalen van overprikkeling bij mij zijn: vol hoofd, hoofdpijn, emotioneel, prikkelbaar, buikpijn, moe, friemelen met mijn handen, gestrest overkomen. Sommige signalen ervaar ik zelf, andere signalen worden door de omgeving opgemerkt, zoals het friemelen met mijn handen, prikkelbaar overkomen.

Stoplicht

Iedereen die na zijn of haar diagnose begeleiding heeft gehad heeft een signaleringsplan leren maken om je eigen triggers en signalen te leren herkennen. In het signaleringsplan wordt vaak gebruik gemaakt van een stoplicht: groen, oranje  rood.

Fase groen: het gaat goed met mij, ik ben rustig en ik heb overzicht. In deze fase ben ik blij en kan ik goed functioneren.

Fase oranje: het gaat minder goed met mij, mijn hoofd krijgt meer prikkels te verwerken dan het op dat moment aankan.
Signalen in fase oranje: moe, buikpijn, prikkelbaar, friemelen met de handen. Deze signalen koor ieder persoon met autisme natuurlijk anders zijn. Als je tijdig signaleert dat je in fase oranje zit kan ik en/of een ander persoon uit mijn omgeving actie ondernemen om weer richting groen te gaan. Lukt dat niet, dan kan het uiten in extreme overprikkeling of meltdown, fase rood.

In fase rood lukt het mij niet meer om te functioneren. Ik kan alleen nog maar huilen, praten gaat niet meer. Er treedt een reactie op in de vorm van verstijven, vluchten of vechten. In fase rood verstijf ik of vlucht ik weg uit de voor mij onveilige omgeving. Mijn hoofd doet het niet meer. Mensen kunnen tegen mij praten, maar het komt niet meer binnen. Ik begrijp niet meer wat er tegen mij gezegd wordt. Ik heb dan rust nodig en tijd om alle informatie te verwerken. Alles van mij afschrijven kan dan ook helpen. Het kan uren en soms dagen duren dat ik weer hersteld ben. Het is voor mij van levensbelang om mijn eigen triggers en signalen van overprikkeling te herkennen. Op deze manier kan ik (extreme) overprikkeling/meltdown voorkomen.

Zelf werk ik met een planning waar ik al mijn activiteiten een kleur geef, de kleur geeft aan hoeveel energie het mij kost. Groene activiteiten kosten weinig energie, na een oranje activiteit moet ik rust inplannen en na een rode activiteit is een rustdag inplannen verstandig. Op deze manier kan ik veel beter omgaan met overprikkeling.

Education Template

Skip to content